Veelgestelde vragen
Hoe kom ik
in het bezit van de beroepenwaaier?
Hoe kan ik
de beroepenwaaier gebruiken op mijn school?
Hoe kan mijn
bedrijf, fonds of kenniscentrum de beroepenwaaier inzetten?
Waarom kiezen
er meer jongens dan meisjes de sector techniek?
Waarom is
het belangrijk dat er meer meisjes kiezen voor een toekomst in een technische
branche?
Hoe kom ik in het bezit van de beroepenwaaier Doe(n) wat je leuk vindt?
Exemplaren van de beroepenwaaier
Doe(n) wat je leuk vindt zijn kosteloos te verkrijgen door een
e-mail te sturen aan
info@techniektalent.nu met vermelding van het gewenste
aantal. Bij de bestelling ontvangt u ook een poster om meisjes of andere
geïnteresseerden te attenderen op de beroepenwaaier en website
Hoe kan ik de beroepenwaaier Doe(n) wat je leuk vindt gebruiken op mijn school?
Scholen kunnen de beroepenwaaier inzetten bij activiteiten om
meisjes te laten kennismaken met techniek, zoals speeddaten met vrouwelijke
rolmodellen. Hierbij gaan meisjes die voor hun sectorkeuze staan in kleine
groepjes in gesprek met vrouwen in technische functie. Ook kunnen decanen de
beroepenwaaier geven aan meisjes die twijfelen over een vervolgopleiding en
voor wie wellicht een toekomst in techniek is weggelegd. Of de beroepenwaaier
kan als middel worden ingezet om leerlingen voor te bereiden op een bezoek aan
een (technische) beroepenbeurs.
Hoe kan mijn bedrijf, fonds of kenniscentrum de beroepenwaaier Doe(n) wat je leuk vindt inzetten?
TechniekTalent.nu stelt de beroepenwaaier beschikbaar
aan iedereen die tijdens evenementen of andere voorlichtingsactiviteiten
specifiek ook meisjes wil laten kennismaken met techniek. Tijdens open dagen,
op beurzen of voorlichtingsavonden kan kortom de beroepenwaaier wordt
uitgereikt aan meisjes en hun ouders.
Waarom kiezen er meer jongens dan meisjes de sector
techniek?
De laatste
decennia hebben meisjes de onderwijsachterstand die zij hadden op
jongens, ingehaald. Maar meisjes en jongens maken wel nog steeds
traditionele schoolloopbaankeuzes. Meisjes kiezen veel minder voor exact en
techniek dan jongens, ook als zij duidelijk talent hebben op dat gebied.
Hierbij spelen de volgende factoren een rol:
- Meisjes hebben minder
zelfvertrouwen op het gebied van leergebieden/vakken die bij de exacte/techniekrichting
horen dan jongens.
- Meisjes hebben minder dan
jongens het idee dat deze leergebieden/vakken nuttig zijn voor hun
verdere (school)loopbaan.
- Meisjes hebben minder zicht op
wat werken in technische branches kan inhouden.
- Meisjes hebben in tegenstelling
tot jongens nauwelijks tot geen rolmodellen op het gebied van techniek,
bèta en ict.
Dit is
veranderbaar, bijvoorbeeld door:
- het zelfvertrouwen van meisjes vergroten
waar het gaat om de exacte vakken en hun technische vaardigheden
- voorlichtingsactiviteiten over techniek
te organiseren die ook voor meisjes leuk en interessant zijn
- meisjes te laten kennismaken
met vrouwelijke beroepsbeoefenaren uit technische branches en met studentes
in technische opleidingen.
- ook de ouders voor te lichten
over techniek, bèta en ict.
- ervoor te zorgen dat inhoud en
didactiek van technische opleidingen aantrekkelijk zijn voor zowel meisjes
als jongens.
- studentes te begeleiden bij het
afronden van hun technische opleiding en hun entree op de technische arbeidsmarkt.
Waarom is het belangrijk dat er meer meisjes kiezen voor een toekomst in
een technische branche?
-
Het is
belangrijk voor de meisjes zelf: natuurlijk is het niet de bedoeling dat
meisjes worden gedwongen om voor een technische opleiding te kiezen, als
ze daar niet in geïnteresseerd zijn. Maar er is een grote groep meisjes
die wel degelijk interesse heeft voor de exacte vakken en/of de sector techniek,
maar er toch niet voor kiest hierin verder te gaan. Dat komt doordat veel
meisjes nauwelijks tot geen beeld hebben van wat technische opleidingen en
beroepen inhouden. Ook kennen ze in hun omgeving meestal geen voorbeelden
van vrouwen in een technisch beroep. Verder zijn veel meisjes onzeker over
hun eigen competenties op het gebied van de exacte vakken, terwijl ze in
werkelijkheid even goed in die vakken zijn als jongens, of zelfs beter.
Ouders, docenten en decanen zijn soms meer geneigd een meisje dat wel wat
voelt voor een technische opleiding te ontmoedigen dan aan te moedigen.
Omdat meisjes vaak toch al meer twijfelen dan jongens als het gaat om een
toekomst op de technische arbeidsmarkt, haken zij dan al snel af. Hun
keuzemogelijkheden worden door dit alles beperkt ten opzichte van die van
jongens.
- Het is
belangrijk voor de economie: meisjes en vrouwen vormen een aanzienlijk
potentieel voor technische opleidingen en functies. Sinds circa 1990
kwamen er langzaam maar gestaag meer vrouwelijke studenten in de technische
mbo/hbo/wo-opleidingen. Maar sinds 2000 dalen die percentages weer. Ook
vergeleken met andere landen blijft Nederland achter met de participatie
van vrouwen in bèta en techniek. Op zich is het relatief kleine aantal
meisjes en vrouwen in bèta en techniek niets nieuws in Nederland. Maar het
is nu wel een urgent economisch probleem, want de komende jaren dreigt een
groot personeelstekort. Bovendien blijkt dat evenwichtig samengestelde
teams beter presteren en op veranderingen kunnen inspelen.